
De vraag naar de rol van religie werd lange tijd niet gesteld in het vakgebied van de internationale betrekkingen. Vanwaar dan opeens die aandacht voor religie? Dat heeft te maken met het feit dat er iets in de wereld veranderde. Voormalig Minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright beschrijft het als volgt: Net als vele anderen die zich beroepshalve bezighouden met buitenlandse politiek, heb ik de lens waardoor ik de wereld bekijk moeten bijstellen (…) De jaren negentig van de twintigste eeuw waren jaren geweest van globalisering en spectaculaire technologische vooruitgang (..). Maar er was tegelijkertijd ook een andere kracht actief. Praktisch overal is er sprake van welig tierende religieuze bewegingen.[i]Behalve dat er iets in de wereld veranderde, werden ook wetenschappers nieuwsgierig naar de rol van religie. Deze groep wetenschappers heb ik in mijn proefschrift religionisten genoemd. Zij begonnen al snel te spreken over een ‘heropleving van religie’ en droegen daar zelf aan bij door er aandacht aan te besteden. Opeens zag iedereen dat religie alomtegenwoordig was. Deze zogenoemde religionisten hebben als gedeelde opvatting dat het vakgebied van de internationale betrekkingen de rol van religie in de wereld serieus moet nemen. Religie wordt echter vaak genegeerd, bijvoorbeeld omdat men er in de wetenschap vanuit gaat dat religie toch wel gaat verdwijnen of omdat er in het vakgebied alleen maar naar het handelen van en de interactie tussen staten wordt gekeken. Maar religie is niet verdwenen en voor het onderzoeken van de rol van religie moet je niet alleen kijken wat er op statelijk niveau gebeurt, maar ook naar organisaties en mensen die zich over grenzen heen organiseren, zoals kerken en niet-gouvernementele organisaties. Deze aanval met alle bijkomende verwijten gericht aan het vakgebied van de internationale betrekkingen is fors. Daarom besloot ik uit te zoeken of de religionisten eigenlijk wel gelijk hebben. Dat deed ik door de theoretici die zij het meest bekritiseren te onderzoeken. Dit betreft de klassieke realist Hans Morgenthau (1904-1980) en de neorealist Kenneth Waltz (1924-2013). In mijn proefschrift zet ik eerst hun theorieën uiteen. Vervolgens ga ik stap voor stap na of de verwijten aan hun adres hout snijden.Politiek realisten onder het vergrootglasIn het geval van Hans Morgenthau en Kenneth Waltz blijken heel veel van de verwijten niet te kloppen of maar ten dele. Ja, het is waar dat zij religie geen prominente plek geven in hun theorie, maar dat is niet omdat ze geloven dat religie vanzelf wel zal verdwijnen of dat je alleen maar naar staten moet kijken. Bovendien hebben ze interessante redenen om terughoudend te zijn met het betrekken van religie: een politiek-theologische en een theoretische. De politieke theologie van Morgenthau en Waltz is gestempeld door een bepaalde visie op de mens, de geschiedenis en de ethiek die op Augustinus teruggaat. Morgenthau en Waltz zijn hierdoor beïnvloed via de theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971). Dat zorgt ervoor dat ze ook op een bepaalde manier naar religie en politiek kijken. In hun ogen moet er namelijk ruimte blijven voor de eigenheid van het politieke domein. Politiek kan niet worden gereduceerd tot wetenschap, economie, moraal, ethiek of religie, hoewel ze wel een rol spelen. Politiek gaat over de botsing van machtsbelangen. De politiek-realisten zien en erkennen de rol van religie, maar vragen zich af of religie als een van de vele factoren, naast economie, recht, technologie wel zo’n belangrijke factor is dat het in een theorie moet worden opgenomen. Zij stellen dat een theorie formuleren ook betekent dat je moet selecteren wat je wel of niet bestudeert. En een wetenschappelijke theorie kan ook niet zoveel. Wetenschap is beperkt. Ik kwam de politieke theologie op het spoor omdat ik in mijn analyse ook heb gekeken naar de eventuele invloed van levens- of wereldbeschouwelijke opvattingen.
Wat is een levens- of wereldbeschouwing? Daar is veel over geschreven, maar een mooie omschrijving vond ik in het boek Graaf in Moskou: “Het is een feit dat ieder mens uiteindelijk een levensbeschouwing moet kiezen. (…) Of het nu een weloverwogen beraad is, voortkomend uit boeken en bevlogen discussies met koffie om twee uur ’s morgens, of eenvoudigweg uit een natuurlijke aandrang, ten slotte moeten wij allen van een basaal kader uitgaan, een redelijk samenhangend systeem van oorzaak en gevolg dat ons niet slechts gewichtige zaken helpt begrijpen, maar ook al die kleine acties en interacties die ons dagelijks leven vormen – of ze nu doordacht of spontaan, onvermijdelijk of onvoorzien.”[ii]Het wereldbeschouwelijke niveau behoort officieel niet tot een wetenschappelijke theorie, maar gaat daar aan vooraf. Het is het niveau waarop alle mensen beslissen en keuzes maken over dat wat uiteindelijk hun anker, hun ultieme commitment is. Alle mensen – ook wetenschappers, politici en beleidsmakers – hebben, bewust of onbewust, een bepaalde manier waarop ze naar de wereld kijken en dat werkt door in de manier waarop ze denken en doen. Een wereldbeschouwing, ook een religieuze, is niet hetzelfde als religie, hoewel een religie wel een wereldbeschouwing veronderstelt. Door dit niveau erbij te betrekken, werd ik mij bewust van bepaalde theologische vooronderstellingen in het denken van Morgenthau en Waltz ten aanzien van ethiek, de menselijke natuur en de geschiedenis. Daarnaast werd mij duidelijk dat de religionisten niet bepaald neutraal zijn als het gaat om de rol van religie. In hun taalgebruik en wijze van argumenteren sijpelt regelmatig iets vooringenomens door. Ze lijken gemiddeld genomen wel enthousiast over de terugkeer van religie. De politiek-realisten daarentegen lijken allergisch voor elke betrekking van religie op politiek. Zoals ik bij de religionisten en politiek realisten het wereldbeschouwelijke niveau erbij betrok, zo heb ik dat ook gedaan in mijn analyse van de internationale politiek. Dat levert een scherpere lens op om religie in de internationale politiek te begrijpen.Internationale betrekkingen als praktijkAls we de internationale betrekkingen zien als een professionele praktijk, speelt de wereldbeschouwing van alle deelnemers daarin een rol. Politici, diplomaten, staatshoofden, beleidsmakers, lobbyisten: ze hebben allemaal een wereldbeschouwing van waaruit ze handelen. Die wereldbeschouwingen kunnen ook religieus van aard zijn. Daarnaast zijn er de stakeholders of actoren die vanuit een religieuze overtuiging werken. Religie wordt daarmee zichtbaar op twee manieren:
Hoe zwaar weegt dan de rol van religie? Mijn conclusie is uiteindelijk dat de rol van religie conditionerend is in de internationale politiek. Internationale politiek wordt gekenmerkt door de spanning tussen macht en rechtvaardigheid. Religie oefent invloed uit op de manier waarop er met die spanning wordt omgegaan. Die invloed is echter niet bepalend, maar conditionerend, faciliterend of ondersteunend. Met een beeld uit het gewone leven: religie is te zien als de wind. We weten niet waar het vandaan komt, waar het heengaat. We hebben geen grip op de kracht ervan, maar het is er en we hebben ons er toe te verhouden. Het is aan de deelnemers van de internationale betrekkingen hoe zij omgaan met deze wind, de zeilen bijzetten, en de koers bepalen.Handreikingen voor professionalsOp basis van mijn analyse kom ik tot de volgende handreikingen voor de professionals die werkzaam zijn in de internationale betrekkingen.
Vanuit de opgedane kennis over de rol van religie in de internationale betrekkingen is het mogelijk een aantal lijnen te trekken naar de actualiteit van het conflict tussen Rusland en Oekraïne.
The individual may say for himself: ‘Fiat justitia, pereat mundus’ (Let justice be done, even if the world perish), but the state has no right to say so in the name of those who are in its care. Both individual and state must judge political action by universal moral principles, such as that of liberty. Yet while the individual has a moral right to sacrifice himself in defense of such a moral principle, the state has no right to let its moral disapprobation of the infringement of liberty get in the way of successful political action, itself inspired by the moral principle of national survival.[vi]ConclusieSinds de jaren zestig is er wereldwijd een heropleving van religie gaande. Dit wordt deels veroorzaakt doordat religies zich verzetten tegen de globale verspreiding van de moderniteit en een tegengeluid willen laten horen. Hun publieke en politieke presentatie wordt daardoor meer zichtbaar en invloedrijker. Dit verklaart voor een deel de wijze waarop de Russisch-Orthodoxe Kerk zich opstelt in het conflict tussen Rusland en Oekraïne. Het is belangrijk om dit aspect van het conflict recht te doen en waar nodig ook religieuze actoren te betrekken of te adresseren in het oplossen van het conflict. Tegelijkertijd is het adequater om ten aanzien van het conflict en de rol van Poetin te spreken over de invloed van een quasireligieuze levensbeschouwing. Daarmee wordt voorkomen dat het conflict gezien wordt als een religieus conflict. Dat betekent ook dat de vrees dat Poetin dusdanig zal escaleren dat de volledige vernietiging van zijn eigen land een optie wordt, niet moet worden gevoed. Het conflict tussen Rusland en Oekraïne daagt het Westen ook uit. Vanuit welke levensbeschouwing benaderen wij het conflict? Zijn we ons bewust van de waarden die we uitdragen? In hoeverre staan we daar pal voor en belichamen we die in ons doen en laten op het wereldtoneel? Zijn we ons ervan bewust dat we voor anderen hypocriet kunnen overkomen of dat onze wereldbeschouwing als ondermijnend wordt gezien voor de levenswijzen van anderen?
Simon Polinder is associate lector aan de Christelijke Hogeschool Ede. Van december 2021 tot mei 2022 was hij interim-directeur van Stichting voor Christelijke Filosofie en het Lindeboom Instituut. Vorig jaar promoveerde hij op het proefschrift Towards a new Christian Political Realism? The Amsterdam School of Philosophy and the Role of Religion in International Relations.Noten[i] Madeleine Albright, De macht en de almacht. Over Amerika, God en de toestand van de wereld, Ambo 2006, p. 25.[ii] Amor Towles, Graaf in Moskou, De Arbeiderspers 2016, p. 155.[iii] Zie bijvoorbeeld de brief de World Council of Churches stuurde aan patriarch Kirill https://www.oikoumene.org/news/wcc-acting-general-secretary-to-patriarch-kirill-of-moscow-raise-up-your-voice-so-that-the-war-can-be-stopped of de duizenden theologen wereldwijd zie zich in een verklaring uitspraken tegen het promoten van de Russkii Mir ideologie door de Russisch-Orthodoxe Kerk https://publicorthodoxy.org/2022/03/13/a-declaration-on-the-russian-world-russkii-mir-teaching/[iv] Taskforce on religion and the making of U.S. foreign policy, Engaging religious communities abroad. A new imperative for U.S. foreign policy (The Chicago Council on Global Affairs, 2010).[v] Zie ook Lee Trepanier, ‘Russia’s Invasion Violates Personhood, Not Just War Theory’, Providence (25 mei 2022).[vi] Hans Morgenthau, Politics Among Nations: The Struggle for Power and Peace, 6th ed. New York etc.: Knopf, 1985, p. 12.