Heel wat lezers zullen met warme gevoelens terugdenken aan de roman Gileadvan Marilynne Robinson, verschenen in 2004: de oude hoofdpersoon John Ames met zijn serene overpeinzingen, de rusteloze Jack met al zijn weerbarstigheid, de levensechte dialogen waarin opeens theologie fonkelde. Calvijn en Karl Barth, ze kwamen zomaar authentiek aan de orde in het hart van een roman die ook in de seculiere pers veel lof oogstte. Hoe kon dit? Vanuit welk denken kwam deze fictie ter wereld? In welk verstaan van mens en wereld was het ingebed? Robinson geeft ruimschoots antwoord op die vragen door de publicatie van, inmiddels, zes essaybundels (1989, 1998, 2010, 2012, 2015, 2018), waarin ze volop in gesprek gaat met theologie en filosofie, met het...